Waarom positief denken een slecht idee is

‘De mislukking om positief te denken, weegt op een kankerpatiënt als een tweede ziekte.’ Barbara Ehrenreich

Marina is een oude kennis van mij. Ze is leuke, vlotte, knappe vrouw van middelbare leeftijd. Het moet gezegd: ze straalt de laatste tijd van geluk. Waarom ook niet, ze heeft een schattig dochtertje, een aantrekkelijke minnaar en ze woont op een knusse woonboot waar ze sinds kort haar eigen coaching-praktijk heeft geopend. Marina ‘doet’ het liefst singles die ongelukkig in de liefde zijn: ‘De mensen die ooit zoals mij waren: eenzaam. Mensen die eerst de instrumenten moeten krijgen om van zichzelf te houden. De rest komt dan vanzelf.’

‘Visualiseer hoe ze eruit ziet. Heeft ze lang of kort haar? Welke kleur? Is ze dun van postuur, normaal of wat voller? De kleur van haar ogen? Wat heeft ze aan? Hoe kijkt ze naar je? Is het een verleidelijke vrouw, of juist meer een naturel, nonchalant type? Laat je door je fantasie leiden.’ Markus, cliënt van Marina, luistert aandachtig naar haar licht hypnotiserende stem. Hij ziet er netjes, praktisch en nuchter uit, maar is ‘ondertussen ook behoorlijk spiritueel’, op zoek naar zijn ‘soulmate’. Zijn dunne witgrijze haren en blauwe ogen – die hij nu voor de oefening gesloten heeft – geven hem iets engelachtige. Zijn stem is zacht: ‘Ik zie haar nu. Ze is iets korter dan mij, met halflang blond haar en een natuurlijke lach.’ Markus glimlacht. ‘We lopen zomaar ergens, zonder doel, hand in hand. Sjonge, ik ben gelukkig nu.’

Marina leert mensen als Markus hun dromen te verwezenlijken. Haar specialiteit is liefde, of eigenlijk, het gebrek eraan. Ze heeft er een eenvoudige kijk op: ‘Het probleem van veel mensen is dat ze niet eerlijk durven kijken naar wat ze willen. Uit angst voor teleurstelling. Door je zonder beperkingen te focussen op wat je wel wilt kun je alles bereiken wat je wilt. Zowel op zakelijk, als persoonlijk vlak. Ik neem blokkades weg zodat de kracht en creativiteit van mijn cliënt wordt gekanaliseerd in het bereiken van zijn of haar doelen.’

Haar belangrijkste methode is een combinatie van visualiseren en positief denken. Hierbij wordt aangeraden om je ideale leven of ideale zelf tot in de puntjes te visualiseren. ‘Want visualiseren motiveert je, en maakt fantasie tot realiteit. Visualisatie zet angsten om in dromen, en dromen om in werkelijkheid.’

Dit klinkt redelijk, maar de aangenomen verklaring voor de successen van visualisatie gaat voor veel positiviteitscoaches verder dan de self-fullfilling prophecy (die verklaart dat wanneer je positief denkt en vertrouwen hebt in een mooie uitkomst, je bewust en onbewust van alles in gang zet om het zo te laten zijn). Omdat alleen vertrouwen in je eigen geest wat beperkt is, stellen veel zelfhulpgoeroes een grootser en spiritueler mechanisme voor: de barmhartigheid van het universum zelf. Het universum geeft je volgens hen alles wat je wilt als je weet hoe je erom moet vragen. Letterlijk. Het wordt ook wel the Law of Attraction genoemd, voor het eerst geïntroduceerd in misschien wel het populairste zelfhulpboek aller tijden, The Secret van Rhonda Byrne. En die boodschap wordt geëchood in bijna alle wandelgangen van de zelfhulpindustrie.

Marina is ook van de LOA-school en gelooft dat het oneindige Universum op mysterieuze manier – middels de onbegrepen werking van de kwantummechanica – luistert naar jouw bewuste of onbewuste intentie. Net als veel van haar collega’s gelooft ze dat de meeste tegenspoed die je in het leven ervaart een diepere negatieve levenshouding van jezelf vertegenwoordigt. Sommige positiviteitsgoeroes gaan hier heel ver in: ook kanker, oplichting, botbreuken en een kapotte auto zijn enkele van de tragedies die je volgens hen stiekem op jezelf kunt afroepen. Op z’n minst probeert het universum jou persoonlijk een lesje op maat te leren, want die is liefdevol, maar ook rechtvaardig. Je krijgt altijd wat je verdient (lees: denkt) en nodig hebt.

Ziehier de introductie van het gruwelijk positieve boek ‘Vraag en het word je gegeven’ van Esther Hicks: ‘Dit is het universum van trilling. Einstein zei ooit: “Niets gebeurt totdat iets beweegt”. Alles trilt met een specifieke frequentie. Kwantumdeeltjes vibreren zó snel dat het spot met de wereld van begin en einde. De hoogste/snelste energie wordt Bron-energie genoemd. Wij en alles komen van deze vibratie om daarna te gaan naar de wereld van dingen, lichamen, gedachten en ego”s. Met het achterlaten van de Bron-energie, aanvaardden wij onze hele wereld van problemen, ziekten, tekorten en angsten.’… ‘Centraal in dit boek staat de gedachte dat het oneindige en overvloedige Universum vooral luistert naar de emotionele lading van onze geheime of uitgesproken wensen. Luisterend naar de vibratie van onze emotie kan het Universum niet anders dan het gevraagde schenken, mits wij die stroom niet hinderen. En hoe je die stroom kunt toelaten, wordt met tal van voorbeelden en oefeningen duidelijk gemaakt.’

Sorry dat ik het slechte nieuws moet brengen. Dit is geen positief denken, dit is een allergie ontwikkelen tegen werkelijkheid. Misschien creëert het tijdelijk een prettige bubbel om in te leven, maar des te pijnlijker wordt het als de bubbel eenmaal barst.

Hoe kan het dat deze malle theorie dan toch zoveel aanhangers heeft? Je moet namelijk wel wat mentale acrobatiek uithalen om er daadwerkelijk in te kunnen geloven. Wie in de Law of Attraction gelooft, komt vaak met dit soort voorbeelden: ‘Ik dacht op een warme dag aan een ijsco en toen kwam ik net iemand tegen die gratis ijs uitdeelde.’ We vergeten dat er ook een heleboel situaties zijn waarin we ook ijs wilden, en niets kregen. We vergeten de situaties die onze theorie tegenspreken, omdat die niet opvallen. Als je zoekt, vind je altijd wel ‘bewijzen’ die jouw theorie lijken te ondersteunen. In de positieve coachingswereld worden vaak anekdotes aangehaald van bijzondere individuen die – soms tegen alle verwachtingen in – succesvol werden.

En er zijn genoeg inspirerende verhalen voor wie oren en ogen ophoudt. De wereld is groot, de mogelijkheden eindeloos, en regelmatig gebeuren er dingen die het verstand teisteren. Een vliegtuig stort neer en alleen één baby’tje overleeft het. Iemand wordt twee keer door de bliksem geraakt en kan het navertellen. Iemand die ongeneeslijk ziek is verklaard, wordt beter. Je droomt over een oude bekende en komt die ineens na jaren tegen in Japan. Deze betekenisvolle gebeurtenissen worden door de betrokkenen meestal als een godswonder ervaren. Voor sommigen is het de reden te geloven dat een God, of het Universum er een handje in heeft gehad. Als je voldoende kennis van statistiek hebt, zie je dit helaas anders. Het zou namelijk pas echt raar zijn als dit soort ‘ongelooflijke’ toevalligheden niet zouden gebeuren. Statistisch gezien ‘moeten’ dit soort bijzondere dingen regelmatig gebeuren. Ook in jouw leven. Hoewel de kans op een loterij winnen haast nul is zullen er altijd mensen zijn die winnen en zich daarover verbazen: ‘Waarom ik?’

Daarnaast horen we in de media en de volksmond veel vaker over de wonderen en succesverhalen, dan over de keren dat er niets bijzonders gebeurde. Dat geeft ons noodzakelijk een vertekend beeld. Ik denk nu aan oude vriend van mij, Piet. Die voelde zich als muzikant lange tijd totaal mislukt en somber. Hij zag overal geslaagde muzikanten. Het contrast met hemzelf was te groot en hij hing zijn muziekinstrumenten aan de wilgen. Leed Piet aan een denkfout? Mogelijk, want nogmaals: successen zijn in de regel veel zichtbaarder dan mislukkingen. Het reservoir van mislukkingen is echter veel reusachtiger dan die van de succesverhalen. Achter elke muzikant op de hitlijst gaan er duizenden anderen schuil die hun liedjes anoniem voor drie kennissen op YouTube zetten. De succesvolle ‘survivors’ – zelfs als hun succes vooral op toeval berust – dienen vervolgens als een voorbeeldformule om hetzelfde te bereiken. Die hoor je dan dingen roepen: ‘Als je je in jezelf gelooft dan is alles mogelijk.’ In werkelijkheid hebben zij (ook) ontzettend veel geluk gehad. Net als in een willekeurig kanspel kunnen er maar een paar winnen. Vanwege deze ‘overleversbias’ blijven mensen hoopvol meedoen aan loterijen en talentenjachten. En dat is prima, als ze maar niet zoals Piet stoppen met hun hobby, omdat ze zich mislukt voelen.

Hoewel de succesverhalen van een paar individuen hoop geven, maken ze veel mensen juist ook ongelukkig wanneer ze die als een standaard voor geluk nemen.
Een ander voorbeeld dat ons vertekende beeld van statistiek laat zien is die van de kankergenezing. Ongeveer zo’n 3% van de mensen met ongeneeslijke verklaarde kanker blijkt alsnog te genezen. Alle keren dat deze opgegeven patiënten in hun wanhoop bij een alternatief arts aanklopten, zullen zij hun genezing logischerwijs aan de specifieke alternatieve methode danken. In werkelijkheid zijn er procentueel evenveel mensen die genezen als ze niet naar een alternatieve arts gaan. Het is – zeker gezien het feit dat alternatieve geneeswijzen onbewezen zijn – het meest aannemelijk dat dit spontane zelfherstel sowieso had plaatsgevonden, ook zonder de interventie van een wonderdokter. Er is gewoon geen geldig bewijs dat bidden, superfoods eten, mediteren of positief denken helpt kanker te genezen.

Het probleem van de LOA is dat de theorie – net als alle religies – noch te bevestigen, noch te ontkrachten valt. Bij succes dank je het universum, bij ongewenst resultaat wijt je het aan je spirituele tekortkomingen. Dat belet de mensen die met dit soort praktijken hun dure biologische zuurdesembrood verdienen (en dat dan weer als het bewijs van de waarheid van hun boodschap verkopen) niet om er ingewikkelde wetenschap bij te halen. Bijna zonder uitzondering is dat de mysterieuze werking van de kwantummechanica. Films als ‘What the bleep do we know? leggen uit hoe dat precies werkt. De claim is dat ons bewustzijn (bewust en onbewust) de realiteit – op een heel directe fysieke manier – creëert. Als je er echt in verdiept (en ook naar falsificatie zoekt) leer je al snel dat zowel de film als de theorie erachter spaak loopt. Maar waarom zou je het van mij aannemen.

Wat zegt de huidige generatie wetenschappers die het fenomeen (zo concreet als ze kunnen) bestuderen? Het idee dat je met je gedachten de werkelijkheid kunt scheppen, heeft weinig te maken met kwantumfysica. En zelfs al zou de theorie kloppen dat de werkelijkheid pas vaste vorm krijgt op het moment dat iemand ernaar kijkt (observeerderseffect), dan wil dat nog niet zeggen dat wij kunnen bepalen hoe de werkelijkheid eruit ziet. Als onze intenties direct, zonder fysieke interventie, van invloed zijn op de omgeving, dan zouden de statistische wetten van de kwantumfysica niet meer kloppen. Ook praktisch zouden we ermee in de problemen komen: wat als twee meer mensen precies dezelfde persoon als partner willen of hetzelfde droomhuis? Een hoe zit het met de duizenden slachtoffers van tsunami’s en natuurrampen: hebben die hier állemaal onbewust zelf om gevraagd?

Waarom positief denken ongelukkig maakt
Als je de fysieke en statistisch beperkingen van de Secret-theorie echter negeert, kun je, net als Marina, denken dat er van alles mogelijk is. Als je langere tijd niet zo happy bent en zoekt naar nieuwe manieren om gelukkig te worden dan kom je vanzelf met deze vorm van zelfhulp in aanraking. Voordat ook jij je ideale leven en je tweelingsziel begint te visualiseren is het goed de schaduwkant van al te romantische filosofieën over het universum te leren kennen. Ze kunnen je afwachtend, bijgelovig, ongelukkig en angstig maken.

Loes is de derde hoofdpersoon uit dit hoofdstuk. Ze zou een cliënte van Marina kunnen zijn (maar was toevallig de mijne). Loes past prima in Marinas doelgroep. Ze is een paar jaar jonger dan Marina, midden dertig. Ze is single en werkloos. Een ‘irritante’ PR-baan die ze ‘veels te lang, veels te serieus’ heeft genomen heeft haar overspannen gemaakt. Nu zit ze al een tijdje thuis op zoek naar ‘haar echte passie.’ Ondanks dat er sporen van een drukke en gespannen levensstijl op haar gezicht te lezen zijn, is ze nog altijd een knappe vrouw. Ze is intelligent, doortastend en vastbesloten gelukkig te worden, alleen óf met een man. ‘Liefst met een man natuurlijk.’ Ze weet al welke, haar ex, maar die laat al een tijd niks meer van zich horen. Zij heeft het zelf maanden geleden uitgemaakt, en heeft spijt. Ze zag niet wat voor goeds ze hadden en denkt dat ze met de kennis van nu de relatie had kunnen laten slagen. Ze heeft keihard gewerkt aan zichzelf. Ze heeft talloze boeken, workshops, stages, therapeuten en coaches doorgewerkt om meer ‘met zichzelf in het reine te komen’. Haar therapeutische woordenschat heeft ze hiermee behoorlijk uitgebreid, maar verder lijkt het haar weinig gebracht te hebben: ze voelt zich althans nog steeds vaak leeg en somber, piekert veel en maakt zich continu zorgen over de toekomst. Meer dan ooit. Al dat werken aan zichzelf heeft tot nu toe weinig uitgehaald en bovendien komt ze nu op een leeftijd dat ze wordt gedwongen na te denken over kinderen. Een extra reden om te piekeren.

Toch is ze overtuigd van de oplossing voor haar zorgen: the Law of attraction. ‘Ik weet heus wel dat ik positief moet denken en niet in de angst moet schieten, en dat gaat soms goed, maar niet altijd. Misschien dat jij me daarbij kan helpen?’

Als ik concreet vraag wat Loes nu eigenlijk wil bereiken, dan wil ze vooral haar ex terug, maar ze durft hem nadat ze eerder alle contact heeft afgebroken niet opnieuw te sms-en uit angst dat hij haar nu definitief zal afwijzen. Ze wacht op het goede moment, het moment dat ze ‘niet in de angst zit en haar intentie naar de kosmos goed voelt’. Het komt er maar niet van. Elke keer als ze op het punt staat hem uit te nodigen voor een kop koffie schiet er een stroompje angst door haar heen, en staakt ze haar plan. Mijn suggestie om hem dan maar gewoon te sms’en onafhankelijk hoe ze zich voelt (omdat ze op deze manier haar angst juist in stand houdt), durft ze niet aan. Loes is allergisch geworden voor negatieve gedachten en gevoelens. Elke keer dat ze iets negatiefs denkt, of zich slecht voelt, wordt ze bang dat ze daarmee ongeluk op zichzelf afroept. Hierdoor voelt ze zich natuurlijk steeds slechter, en onderneemt ze steeds minder actie. Waardoor er minder (positieve en negatieve) dingen gebeuren.

Het persoonlijke verhaal van Loes komt overeen met onafhankelijk onderzoek naar ‘positief denken’ als therapeutische methode. Mensen worden er eerder ongelukkig dan blij van. Angsten en zorgen hebben hun eigen manier om manier om je te verlaten, maar ze ‘wegjagen’ met positief gedachten is daar niet één van. Hoe meer je negatieve gedachten en gevoelens probeert weg te denken, hoe harder ze terugkomen. Het symbool voor dit falen is natuurlijk het witte beer-experiment. ‘Denk een minuut lang niet aan een witte beer.’ En hoewel positiviteitscoaches menen dat ‘positief denken’ juist een remedie is tegen het ‘denk niet aan een witte beer’-fenomeen bevestigen zij juist een subtielere versie van ditzelfde mechanisme. Psycholoog Dan Wegner heeft er zijn missie van gemaakt dit fenomeen te onderzoeken. De conclusies van zijn onderzoek zijn interessant.

Als je proefpersonen vraagt de komende vijf minuten niet aan een witte beer te denken, dan denken ze daar ongeveer één keer per minuut aan. Draai het om en vraag ze om de komende vijf minuten bewust aan een witte beer te denken, dan doemt die beer gek genoeg minder vaak in hun gedachten op. Als je proefpersonen vertelt over een verdrietige gebeurtenis gevolgd door de instructie om daar niet van door van slag te raken dan zijn die mensen verdrietiger dan wanneer je ze geen enkele instructie geeft. En, ben je wel eens extra onrustig geworden door het luisteren naar een ontspanningstape? Dat is ook niet zo vreemd. Mensen met een paniekstoornis die in hun tape de exclusieve boodschap kregen zich te ontspannen waren meer gespannen dan de mensen waarin die opdracht niet werd gegeven.

Hoe kunnen we dit psychologisch verklaren? Ons denken is gemaakt om doelen te bereiken en tussendoor te evalueren of dat volgens plan verloopt. Je denkt bijvoorbeeld: ‘Ik ga op de terugweg van mijn werk wel wat boodschappen voor het avondeten.’ Op het moment dat je huiswaarts gaat, denk je erover na hoe je dit het handigste kunt doen. Ons denken is gemaakt om ons gedrag te controleren en bij te sturen totdat het doel is behaald. Wanneer wij echter ons denken gebruiken om ons denken te sturen (of geluk na te streven) dan gebeurt er iets vreemds. Een doel als ‘positief denken’ maakt dat ons brein zichzelf continu probeert te betrappen op negatieve gedachten om te zien of het zijn doel (positief denken) bereikt. Een doel als positief denken houd je dus juist geboeid aan je negatieve gedachten en ongewenste emoties.

‘Ik zie George Clooney naar me kijken, hij wil me’
Positief denken is één techniek om gelukkig te worden, maar nog krachtiger is volgens Marina & co ‘je fantasie de vrije teugel laten en precies visualiseren wie je wilt zijn en wat je wilt hebben in je leven.’ Visualiseren wordt in die kringen alom aangeprezen als dé techniek om gelukkig te worden en dromen te verwezenlijken. Je kunt er tenminste op het moment zelf heel gelukkig van worden, toch? ‘Ook dat niet’, zegt psychologieprofessor Richard Wiseman. ‘En daarnaast kan het zelfs gevaarlijk zijn. Bijna alle studies naar zelfhulp laten zien dat het fantaseren over jouw ideale leven of jouw ideale zelf, geen goede manier is om geluk of succes naar je toe te trekken.’ Wiseman is onderzocht voor zijn boek 59 seconds de zin en onzin van alle mogelijke zelfhulptechnieken. Hij zette de onderzoeken netjes naast elkaar en kwam tot een interessante conclusie:

Jezelf zien als een aantrekkelijke fitte persoon, lachend in een witte Audi met een verliefd kijkend fotomodel naast je, terwijl je de garage van je succesvolle bedrijf uitrijdt, lijkt misschien onschuldig, het is toch teleurstellend wanneer het niet lukt. En die kans is aanzienlijk. Mensen die fantaseren over een ideale (eind)toestand haken in de praktijk eerder af bij de eerste serieuze obstakels. Je wordt er perfectionistisch en faalangstig van en bent eerder geneigd de handdoek in de ring te gooien. Je staart je letterlijk blind op een fantasiebeeld, en saboteert daardoor het doorzettingsvermogen en de kansen om echt iets van je leven te maken. En daar kun je natuurlijk pas echt depressief en somber van raken, meent Wiseman. Je wordt allergisch voor de werkelijkheid en voor onvermijdelijke ellende zoals ziekte, onrechtvaardigheid en pech.

Professor Wiseman is dus ook geen fan van The Secret. Los van het feit dat de magische theorie niet klopt, werkt het in de praktijk ook niet zoals zou moeten. In zijn boek 59 seconds geeft hij wetenschappelijke verantwoorde oefeningen die wél helpen. En die zijn vaak verrassend simpel. Eentje is in dit verband in het oog springend: ‘Om je doelen te behalen moet je het proces visualiseren, niet het einddoel. Fantaseren over hoe je je jouw doelen probeert te behalen geeft je meer motivatie en geeft je direct een idee wat je daarvoor concreet moet doen. Dat vergroot je oplossend vermogen. Het zorgt er indirect ook dat je leert genieten van het proces en je minder blindstaart op een fantasie.’ Juist omdat jouw fantasieën nu wel een link houden met de werkelijkheid kun je een bruikbare brug bouwen van fantasie naar werkelijkheid. Als je visualiseert welke concrete stappen je zet om bijvoorbeeld nieuwe mensen te ontmoeten heb je grotere kans dat het gebeurt.

Kortom: je leven aan het lot of je fantasie overlaten brengt je waarschijnlijk nergens. Ook niet in de liefde. En laten we eerlijk zijn, misschien dat jouw soulmate zelfs wel helemaal niet bestaat. Er is althans geen bewijs voor, en mensen die het gevoel hem of haar te zijn tegenkomen blijken nog steeds evenveel te scheiden en ruzie te krijgen. Het goede nieuws is dat er nog meer leuke en bijzondere mensen, en je lichaam herkent ze als je ervoor in de stemming bent. Wachten totdat het universum toevallig een ontmoeting regelt of een bijzondere klik laat ontstaan is zonde van je tijd. Loes wacht ten tijde van dit schrijven mogelijk nog steeds op een sms van haar ex, Marina is even vrolijk en energiek als altijd, en Markus is aan het daten met een leuke Koreaanse vrouw. Die kwam zomaar in zijn vioolklas terecht. Hij dankt dit ongelooflijke succes aan zijn sessies bij Marina en het barmhartige universum. Ik dank het aan een beetje toeval en zijn blauwe ogen. Ach, maar who cares?

Nooit meer spijt


‘Ik baal alleen van de dingen die ik níet heb gedaan. Daarom wil ik nu alles uit het leven halen en geen kans meer laten schieten.’ Tijdens een workshop met de originele titel ‘Haal alles uit je leven’ kreeg een kennis van mij een groots inzicht. ‘We gaan allemaal dood en het leven is te kort om spijt te hebben.’ Natuurlijk wist hij het eerder en had hij het vaker gehoord, maar op dát moment – zijn vader was onlangs overleden – kwam het écht binnen. De pafferige veertiger besloot alle schaamte en reserves te laten varen en het er eindelijk eens van te nemen. ‘Ik ga leven alsof morgen niet bestaat.’

Aldus begon mijn kennis – meer doener dan denker – aan zijn tweede jeugd. Hij ‘volgde zijn hart’, liet een baard staan en stelde nieuwe prioriteiten. Hij zei zijn baan als consultant op, reisde de hele wereld rond en deed ondertussen alle zelfhulpcursussen en workshops die hij interessant vond. Hij stond meer open voor zijn omgeving dan ooit, kwam in allerlei bijzondere situaties terecht, ontwikkelde nieuwe vaardigheden en barstte van levenslust. De workshop had zijn horizon aanzienlijk verbreed. Sterker nog: hij had het gevoel dat er helemaal geen grenzen meer waren. ‘Die bestaan alleen in je hoofd’, zei hij regelmatig.

Na het zoveelste reisje en het opbranden van zijn spaarpot, besloot hij zijn jarenlange werkervaring in de consultancy te combineren met zijn nieuw verworven wijsheden en daarop te kapitaliseren door zelfhulpcursussen te geven. De passie en vastberadenheid waarmee hij jarenlang bedrijven adviseerde (en bakken geld binnenhaalde) zette hij nu in om normale mensen te leren hun hart te volgen. Een stuk sympathieker, maar hij verdiende er minstens net zoveel mee. Hij was goed in wat hij deed. De mantra’s die hij zijn pupillen leerde: ‘Laat geen enkele kans onbenut.’ ‘Spijt en angst is een verspilling van leven.’ ‘Laat niets of niemand tussen jou en je dromen inkomen.’ ‘Ikzelf ben het bewijs dat al je dromen kunnen uitkomen.’ ‘Tussen jou en je droom staat alleen je angst.’ Echt origineel zijn de uitspraken tegenwoordig niet meer, maar uit de mond van deze charismatische gozer klonken deze clichés verfrissend en overtuigend. Sommige mensen geloof je nou eenmaal makkelijker.

Zijn enthousiaste cliënten hadden van tevoren vast niet kunnen vermoeden dat de wijsheid van mijn vriend zich spoedig tegen hem zou keren. Zijn grenzeloosheid had hem ook egocentrisch gemaakt en door het succes kreeg hij serieuze goeroe-trekjes. Hoewel hij vaak over échte liefde, ware passie en gezonde zelfdiscipline sprak, raakte hij in werkelijkheid op een nogal ordinaire manier verslaafd aan macht, seks en – in mindere mate – drugs. Overeenkomstig met zijn nieuwe levensfilosofie kreeg hij meer en meer het gevoel dat hij recht had op alles waar hij op dat moment behoefte aan had.

Hoewel hij nog altijd dezelfde vriendin (van voor zijn ‘transformatie’) had, ging hij vreemd met alle aantrekkelijke vrouwen die hem een kans gaven – niet toevallig ex-cliënten die hem bewonderden. De oprechtheid die hem oorspronkelijk in zijn nieuwe levensvervulling dreef, was naar verloop van tijd ver te zoeken. Mijn voorheen sympathieke kennis veranderde langzaam in een arrogante klootzak die door zijn egoïstische levensstijl anderen gebruikte zoals het hem uitkwam. Uiteraard noemde hij het altijd een win-win-situatie, maar hij werd steeds dwingender als dingen hem niet lukten of vrouwen hem afwezen. De illusie dat er geen grenzen bestonden, brokkelde langzaam af. En hij trok dat slecht.

Hij was het slachtoffer van een illusie die hem in eerste instantie veel had gebracht. ‘Nooit meer spijt hebben’ klinkt als een veel diepere levenswijsheid dan het in werkelijkheid is. De lijst van dingen die we níet kunnen en zullen doen, is namelijk per definitie oneindig veel groter dan de dingen die we wél doen. Het is altijd veel makkelijker iets te bedenken wat je nog niet hebt gedaan, dan wat je wel hebt gedaan. Als ‘alles uit je leven halen’ je levensmotto wordt , heb je per definitie al verloren voordat je bent begonnen. Het is als het najagen van de horizon. Onmogelijk. Daarnaast leert het je niet met de onvermijdelijke pech en klappen van het leven om te gaan.

Daar kwam mijn kennis ook achter. Zijn aalgladde zakenpartner bleek hem bovendien te bedriegen waardoor hij diep in de schulden kwam. En, erger nog, zijn vriendin was erachter gekomen wat hij écht bedoelde met: ‘wacht maar niet op mij, ik moet doorwerken’ en ‘ik ga dit weekend een speciale workshop in Limburg geven’. Een van zijn laatste bedgenotes bleek toevallig de vriendin van een vriendin van zijn vriendin te zijn. Zoiets. Zo kreeg zijn geliefde via via te horen hoe fout haar man eigenlijk was. Ze heeft hem direct uit huis gezet en is – een maand later – iets met de buurman begonnen. Mijn kennis mist haar vreselijk en gaat nu al maanden gebukt onder eh… spijt.

Niets in het leven is zo simpel als mooie oneliners en wijze spreuken ons willen vertellen. Ook niet als ze van jezelf of een oude wijsgeer komen. De kennis heeft geleerd dat het allemaal iets gecompliceerder ligt dan hij dacht. Hij zal nu met een gebroken ego weer wat evenwicht tussen zijn oude levensstijl en zijn nieuwe levenswijsheden willen brengen. Hij is een doorzetter, dus dat komt wel goed.

Gelijk krijgen voor beginners: ken uw drogredenen


Ons dagelijks leven ziet scheel van misverstanden, meningsverschillen en onenigheden. Om tot elkaar te komen proberen we elkaar (en onszelf) te overtuigen met goede argumenten. Iets waar we over het algemeen vrij slecht in blijken te zijn. We denken vaak dat we goede redenen hebben om ‘iets’ te vinden terwijl we in werkelijkheid ‘iets vinden’ en daar de redenen bij bedenken. Je kunt je hersenen daar de schuld van geven. Als je er een beetje oog voor krijgt, zie je hoe vaak we ons verlaten op drogredenen om ons gelijk te halen.

Heb jij ook graag het grote gelijk aan je kant? Hieronder een kleine rondleiding in de wereld van schijnargumenten. Gebruik die kennis naar eer en geweten.

Goede versus slechte argumenten
Alle redeneringen en argumenten hebben dezelfde structuur: A leidt tot B. Eerst is er een veronderstelling of feit waaruit het argument volgt, dan volgt er een logisch principe om tot de conclusie te komen. Een goed argument heeft drie kenmerken: je conclusie komt logisch voort uit je veronderstellingen, je punt is relevant voor het onderwerp en je conclusie klopt met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld: Jan is een man. Alle mannen zijn mensen. Dus, Jan is een mens.

Een drogreden is een schijnredenering, waardoor er een ongeldige conclusie wordt getrokken. Bijvoorbeeld: Jan is een drol. Een drol is een uitwerpsel. Jan is een uitwerpsel. Ergens gaat er in de veronderstellingen die naar de conclusie leiden iets fout. In dit geval is dat omdat de gebruikte woorden verschillende betekenissen hebben: Jan is in zekere zin een uitwerpsel van zijn moeder, en hij is misschien een sukkel, maar hij is geen ontlasting. We kunnen ook opmerken dat wanneer de logica wel klopt, maar de veronderstellingen niet, dat de getrokken conclusie ongeldig is. Toch kan in die gevallen de conclusie, per toeval, wel waar zijn.

De meest voorkomende drogredenen zijn:

Conclusie volgt niet uit premissen (non sequitur)
De meeste drogredenen zijn welbeschouwd een subtype van de non sequitur. Dit is een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die niet uit de argumenten of premissen volgt. Voorbeeld: “Bij een kwart van de dodelijke ongevallen had de bestuurder alcohol gedronken, bij driekwart van de dodelijke ongevallen had de bestuurder koffie gedronken. Het is dus veiliger als de bestuurder alcohol drinkt in plaats van koffie.” Deze conclusie klopt niet. Deze getallen worden onjuist met elkaar vergeleken. Je kunt allereerst verwachten dat er in totaal veel meer koffie drinkende bestuurders dan alcohol drinkende bestuurders onderweg zijn. Logisch dus dat er meer koffiedrinkers botsen. Om de gecursiveerde conclusie te kunnen trekken moet je de verongelukte koffiedrinkers met alle koffiedrinkers die niet verongelukken vergelijken en verongelukte alcoholdrinkers met niet-verongelukte drinkers vergelijken. Dan zou je vaststellen dat mensen die alcohol hebben gedronken statistisch gezien meer kans hebben te verongelukken dan koffiedrinkers.

Onterechte oorzaak-gevolgrelatie (post hoc ergo propter hoc)
“Vorige keer dat ik naar die ene sauna ging, werd ik ziek. Je moet niet naar die sauna gaan. Het is daar onhygiënisch.” Als twee dingen na elkaar of gelijktijdig optreden betekent dat niet ze verband houden. De spreker gaat ervan uit dat het aan de sauna ligt dat hij ziek werd en sluit daarmee alle andere oorzaken uit. Zoals een sluimerend virus, voedselvergiftiging, een lang weekend doorhalen.

Valse vergelijking
Ten onrechte veronderstellen dat de ene situatie vergelijkbaar is met de andere. Bijvoorbeeld: “Geschiedenis is een nutteloos vak. Het verleden moet je laten rusten. Een versleten paar schoenen gooi je immers toch ook in de prullenbak?” Oude schoenen vergelijken met geschiedenisles is een valse vergelijking. Een (vooral bij internetters) bekende valse vergelijking is de Godwin, waarbij een gematigde politieke uitspraak wordt vergeleken met de nazi-cultuur. “Dus jij vindt dat we de Nederlandse cultuur beter zouden moeten beschermen? Weet je wie dat ook zei over de Germaanse cultuur?”

Vals dilemma (zwart-wit-denken)
De ander wordt een vals dilemma opgedrongen door te doen alsof er maar twee keuzes zijn terwijl er meer zijn. Voorbeeld: “Of je laat zien dat je een vriend bent door me nu te helpen of je laat zien dat je nooit een vriend bent geweest.” Je kunt best een vriend zijn en een verzoek van jouw vriend onredelijk of ongewenst vinden. Een ander voorbeeld: “Of je hebt gelijk en ze is gewoon een beetje schuw of ik heb gelijk en ze mag me gewoon niet.” Misschien hebben jullie allebei gelijk, of allebei niet.

Argument van de onwetendheid
Omdat er nog geen goede verklaring is (of jijzelf niet weet hoe het zit) kun je ten onrechte veronderstellen dat jouw verklaring klopt. “Ik heb hem nooit met een vrouw gezien. Hij is homo.” Of: “Wij zijn te nietig om te begrijpen hoe het heelal is ontstaan, dus er bestaat een God die het heeft gecreëerd.” Deze specifieke drogreden wordt ook wel het ‘God van de gaten’-agument genoemd.

Ontduiken van de bewijslast
Het ten onrechte presenteren van een standpunt als iets dat geen verdediging behoeft omdat het zogenaamd vanzelfsprekend is. “Iedereen die er langer dan een jaar gewoond heeft, weet dat Spanjaarden heetgebakerder zijn dan Hollanders.” Je onderbouwt je mening niet met argumenten waardoor de ander op het verkeerde spoor wordt gezet. Dit soort argumenten beginnen vaak met iets als “Je moet wel gek zijn om niet te weten dat…” Je moet stevig in je schoenen staan om daar iets tegen in te brengen. Tegenargument: “Dat is iets te makkelijk: wat zijn de redenen die aantonen dat Spanjaarden heetgebakerder zijn?”

Een subset van deze drogreden is de nodeloze herhaling of het stokpaardje: “Zoals ik al vaker en uitvoerig heb aangetoond: melk is niet goed voor je gezondheid. Nu wil ik een stap verder gaan en uitleggen… “ Op die manier wordt impliciet gezegd dat je eerst genoemde punt nu niet voor discussie vatbaar is.

Definitieverwarring en spelen met woorden
Ervaren en minder debatteerders spelen constant met woorden. Veel begrippen hebben geen scherp afgebakende betekenis waardoor sprekers er een andere invulling aan geven. Dat noemen we containerbegrippen. Hoe elastischer het begrip hoe meer betekenissen het kan krijgen. Veel toestanden, gebeurtenissen of zaken kun je heel verschillend verwoorden. Neem het woord God: die wordt door verschillende mensen ook wel genoemd: Jahweh, mysterie, liefde, Moeder Natuur, het kwantumveld, het heelal, Allah, energie enzovoorts. Dat maakt discussies over het onderwerp behoorlijk glibberig. Vaag taalgebruik kan maken dat mensen langs elkaar heen praten: “Jij creeërt constant verwarring op de werkvloer. Dat leidt tot een lagere productie, daarom wil ik je op een andere afdeling hebben.” Tegenvragen: “Wat bedoel je precies met verwarring? En lagere productiviteit? Kunnen we het niet op een andere manier oplossen, ik werk graag op mijn huidige afdeling?”

Beroep op traditie
Een mening of standpunt wordt verdedigd met het argument dat het altijd al zo was. Mensen die alternatieve geneeswijzen promoten gebruiken vaak dit argument. Ze zeggen bijvoorbeeld: “Handoplegging wordt al duizenden jaren door wijze mensen gebruikt tegen hoofdpijn, dat doen ze niet voor niks. Het werkt.” Deze argumentatie klopt niet. Zelfs als de conclusie toevallig wel zou kloppen. Dat iets duizenden jaren wordt toegepast betekent vaak niet zoveel: mensen geloofden duizenden jaren dat bliksem een straffe Gods was en dat de aarde het centrum van het universum was.

Andersom kun je natuurlijk ook een beroep op moderniteit doen. “Sjonge, we leven toch niet meer in de jaren 20. Je kunt toch wel iets van deze tijd aantrekken?” Ook dat is een non-argument.

Beroep op populariteit
De waarheid is geen kwestie van neuzen tellen. Hoeveel (percentages van) medestanders je ook aanvoert in je argumenten, het maakt je stelling niet meer waar. In Amerika gelooft een meerderheid in een (bijbelse) God. Veel gelovigen gebruiken hierom het volgende als argument: “De meeste Amerikanen geloven in God, noem je al deze mensen dom en onwetend? Of betekent dit misschien dat er een God is die jij hardnekkig probeert te ontkennen?”
Je kunt als (onzinnig) tegenargument noemen: “In West-Europa is de meerderheid atheïstisch. Zijn deze mensen dan wel achterlijk?”

Beroep op autoriteit
Bij een autoriteitsdrogreden wordt ten onrechte een beroep gedaan op autoriteit zonder uit te leggen waarom die autoriteit het bij het rechte eind heeft. Bij discussies op de werkvloer zie je dit argument vaak terug: “Waarom ik vind dat we moeten reorganiseren? Omdat ik hier al vijftien jaar werk. Ik weet waar ik het over heb.” Het feit dat iemand ergens lang werkt of een hogere titel of status heeft, wil verder helemaal niet zeggen dat diens mening meer waard is dan de jouwe. De discussie wordt nu afgedaan met een onterecht argument.

Beroep op emotie
Deze drogredenen komen vaak neer op emotionele chantage, of zelfs regelrechte bedreiging. Zelfs als de tegenstander de truc door heeft is het lastig om er niet door van slag te raken. Ze gaan vaak zo: “Prima als je dat vindt, maar als ik ooit in de positie kom dat ik jou een keer kan steunen weet ik niet wat ik doe.” Of: “Ongelofelijk zeg, hoe kun je nu kritiek op mijn werk hebben, terwijl je weet hoe zwaar ik het thuis heb.” Ook vleierij maakt het de ander moeilijk om kritischer te zijn: “Zo’n mooie vrouw als jij snapt toch wel dat een man als ik niet altijd objectief kan zijn?”

Cirkelredenering
Bij een cirkelredenering gebruik je je standpunt als argument. Je herhaalt je standpunt in andere woorden. Voorbeelden: “Ik vind die gast een lul, omdat ik hem gewoon niet mag.” Of: “God bestaat omdat het in de bijbel staat. En de bijbel dat is het woord van God.” Nog eentje: “Als ik alle kritiek op haar lees, dan kan ik alleen maar concluderen dat zij de zaak niet goed heeft aangepakt.”

Het verschuiven van de bewijslast
Als je zelf weinig goede argumenten om jouw zaak hard te maken kun je ten onrechte beweren dat het de taak van de ander is om het (tegendeel) te bewijzen. Ook dit argument zie je veel in discussies over het paranormale of God. “Ik weet gewoon dat God bestaat. Bewijs jij maar eens dat God niet bestaat?” Dit is natuurlijk geen argument. Als jij beweert dat er een Grote Onzichtbare Gnoom in jouw achtertuin woont dan is het aan jou om dat te demonstreren, niet aan de ander. Niemand hoeft zomaar iets van je aan te nemen omdat een ander niet het tegendeel kan bewijzen. Hitchens tegenargument: “Dat wat zonder bewijs wordt beweerd, kan zonder bewijs worden genegeerd.”

Overhaaste generalisatie
Het afleiden van een algemene uitspraak uit een te klein aantal gegevens. Bijvoorbeeld: “Al twee keer met Transavia gevlogen, elke keer meer dan een uur vertraging. Vlieg niet met Transavia beste mensen!” Discriminatie werkt ook volgens deze drogredenering. Dat gaat ongeveer zo: “Ik ben twee keer beroofd in Afrika. Afrikanen zijn niet te vertrouwen.” Tegenargument: “Dat kan toeval zijn, heb je objectieve statistieken die dat aantonen?”

De stroman of vogelverschrikker
Het toeschrijven van een standpunt aan de tegenstander die hij niet heeft. Dat doe je door het standpunt uit zijn context te halen, te simplificeren of te overdrijven. In alle gevallen wordt een standpunt gecreëerd dat gemakkelijker aangevallen kan worden, een karikatuur. Een arts die pleit voor een betere regulering van euthanasie om mensen uit hun lijden te verlossen, kan door een tegenstander worden uitgemaakt voor moordenaar: “Een arts die mensen stimuleert er zelf een einde aan te maken is geen arts maar een moordenaar. Wat voor woord je er ook voor gebruikt: euthanasie is moord. Het leven is heilig. “ Deze redenering is een stroman, een karikatuur van wat de arts bedoelt. De stroman is mogelijk de meest gebruikte debatteertruc van allen. Een actuele stroman is wanneer kritiek op moslims in de multiculturele samenleving wordt afgedaan als islamofobie of populisme. Dit staat een eerlijke discussie in de weg.

Het hellend vlak
Dit valse argument veronderstelt dat een bepaald standpunt onherroepelijk zal leiden tot heel schadelijke gevolgen. Voorbeeld: “Door softdrugs te legaliseren, maak je het mensen heel gemakkelijk om ook aan de heroïne te gaan.” Dit is een drogreden wanneer er geen bewijzen voor zijn. Een argument dat vaak gebruikt wordt door (religieuze) activisten die tegen het homohuwelijk zijn: “Als we het homohuwelijk toestaan, dan kunnen we we net zo goed mensen en dieren laten trouwen.”

Op de man spelen (ad hominem)
Het persoonlijk aanvallen van de tegenstander in persoon in plaats van het standpunt dat hij verdedigt. Voorbeeld: “Hoe kun je mij nou kwalijk nemen dat ik lieg. Jij hebt zo vaak gelogen in je leven.” Of: “Hoe kan ik iemand zonder diploma serieus nemen over onze bedrijfsvoering? Haal eerst maar eens je papieren.” Beide persoonlijke aanvallen zijn niet relevant voor de echte issues. Ook zonder diploma kun je goede argumenten hebben, en dat jij vroeger gelogen hebt, betekent niet dat je haar dáár nu niet kunt aanspreken.

Irrelevante bijzaak tot hoofdzaak maken
Jij vraagt aan een collega of ze jou kan steunen met een project dat jou boven de pet gaat. Haar antwoord: “Ik dacht dat jij juist zo veel waarde hechtte aan onafhankelijkheid en alles zelf wilde oplossen?” Zelfs als zou je ooit zoiets gezegd hebben, haar antwoord is niet relevant voor de vraag die je haar nu stelt. Een ander voorbeeld: “Hoezo ben je niet blij met onze samenwerking? Je hebt er zelf voor gekozen om met mij te werken? Dat is jouw eigen schuld.” Dat jij ooit jullie samenwerking hebt geïnitieerd betekent niet dat jij daar nu geen kritiek op mag hebben.

Oneerlijk beschuldigen van het gebruik van drogredenen
Zoals je misschien al opgemerkt hebt, zijn drogredenen lastig onder te verdelen. Het vereist een heldere geest om ze goed uit te elkaar te halen. De meeste drogredenen hebben bovendien overlap met elkaar. De uitspraak “Jouw kritiek op mij laat alleen maar zien hoe kleinzielig en seksistisch je bent” kan je zien als een persoonlijke aanval, een non sequitur en een beroep op emotie. Ervaren publieke debatteerders en politici met kennis van drogredenen bestempelen de uitspraken van hun tegenstander te pas en te onpas tot drogreden om hen onderuit te halen en het publiek te beïnvloeden. Een relatief valide vergelijking wordt meteen tot valse vergelijking gebombardeerd. Het aanhalen van relevante werkervaring wordt als onterecht beroep op autoriteit gezien. Het eerlijk aankaarten van problemen binnen een bevolkingsgroep wordt van de hand gedaan als discriminatie (overhaaste generalisatie). Goed statistisch onderzoek kan bij dit soort discussies een eerlijke leidraad zijn. Cijfers liegen niet (als ze tenminste statistisch verantwoord zijn verzameld).

Waarom gebruiken mensen drogredenen?
Meestal omdat ze willen dat iets waar is of anderen willen laten denken dat het waar is. Hierin laten zich de verschillen tussen geloof en wetenschap goed zien. Wetenschap is intrinsiek ontworpen als tegengif voor wensdenken, drogredenen en vooroordelen. Als er (nog) geen antwoorden voorhanden dan stelt wetenschap harde conclusies uit. Geloof daarentegen is gemaakt om ondanks de feiten of een gebrek aan bewijs zichzelf in stand te houden. Drogredenen zijn daarvoor essentieel.

De kracht van no-touch knockouts en andere illusies

Yanagi Ryuken is een Japanse aikido-grootmeester, wereldberoemd om zijn ‘no-touch knockout’. Met een speciale meditatietechniek bouwt hij volgens eigen zeggen in luttele seconden zoveel ‘chi’-kracht op dat hij zijn tegenstanders vloert zonder ze met één vinger aan te raken. Er circuleren tal van Youtube-videos als bewijs van zijn occulte vaardigheden. Je ziet daarin een onoverwinnelijk ogende Yanagi met slechts wat ludieke handgebaren een eindeloze stroom aanvallers vloeren.

In een dappere poging om zijn mysterieuze krachten aan de wereld kenbaar te maken besloot de sensei een officiële match aan te gaan met een lokale karatekampioen. Geen bijzondere jongen verder, maar wel krachtig genoeg om jou en mij waarschijnlijk de oren te wassen. De grote vraag was: zouden de magische wegwuifgebaren van de sensei ook werken bij iemand die niet zijn discipel was en niet in zijn speciale gave geloofde?

De Youtube-video van deze gebeurtenis circuleert inmiddels ook op internet. Het doet pijn ernaar te kijken. De jongere tegenstander, duidelijk niet onder de indruk van de hocus pocus, geeft de grootmeester klap na klap net zolang hij zich gewonnen geeft. Terwijl de oude meester zijn inmiddels bloedende hoofd met de ene hand beschermt, maakt hij met de andere hand inmiddels wegwuifgebaren die er heel anders uitzien. Zo ziet échte zelfbescherming eruit. ‘Stop’, gebaart de oude meester. De scheidsrechter staakt de strijd en de winnende karateka stopt meteen met slaan. Game over.

Yanagi en zijn studenten laten een knap staaltje collectieve zelfmisleiding zien. Zelfs met iets zo concreet als een vechtsport kun je blijkbaar wereldberoemd worden, allemaal studenten en bewonderaars om je heen verzamelen zonder te doorzien dat jouw hele cultus gebaseerd is op een niet-bestaande vaardigheid. De waarheid is soms keihard. Yanagi deed níet wat hij decennialang dacht wél te doen. Zijn no-touch knockout bestaat niet.

Het is misschien lastig te zien hoe Yanagi en zijn studenten langzaam in deze collectieve waan zijn gekomen, maar hypnotiseurs snappen best hoe dat kan. Zelfs nuchtere, aardse types kun je voor de gek houden als er genoeg sociale druk en schijnbaar goede redenen voor zijn. Als je als vechtsporter links en rechts goede vechtsporters ziet neergaan door een onzichtbare kracht dan wordt die verwachting gewekt dat je zelf ook zult neergaan als de grootmeester zijn onzichtbare wapen tegen jou inzet. Mocht je aanvankelijk nog twijfelen, en slechts uit sociale ongemakkelijkheid neergaan … je brein begint jouw eigen gedrag op een gegeven moment te geloven. ‘Ik doe het, dus het zal wel waar zijn.’ Dat is ook waarom het faken van zelfvertrouwen of een glimlach werkt. ‘Ik lach, dus ik zal wel vrolijk zijn.’ Je doet iets, en je brein produceert er de bijbehorende gevoelens en gedachten bij.

Wij zijn allemaal Meesters in Zelfmisleiding. De meeste van onze illusies worden alleen niet zo hardhandig door de werkelijkheid bestraft als in het geval van Yanagi. Op die manier kunnen ze langer standhouden. Vooral de magische wereld van de alternatieve therapie en new age tieren is een museum van denkfouten, drogredenen en blinde vlekken. Als je met zo iets concreets als een vechtsport jezelf en anderen voor de gek kunt houden, hoe zit het dan met glibberige vaardigheden – pak ‘m beet – handoplegging, helderziendheid en kristallengenezing? En – stel dat deze vaardigheden – inderdaad gebaseerd zijn op wensdenken, hoe kan het dat juist hoogopgeleide mensen er vaak in geloven?

Wat deze mensen meestal niet weten is dat de kracht van het alternatieve niet schuilt in de intrinsieke waarde van de therapie zelf, maar in de eigen geest. Het zijn denkfouten, drogredenen en een gebrek aan inzicht in de wetenschappelijke methode die laat denken dat het aan de alternatieve behandeling ligt. Je eigen brein is interessanter dan veel van die malle theorieën en behandelingen, want dat is de waar de echte magie plaatsvindt.

Ik wil je niet uit jouw specifieke geloofsels praten. Maar voordat je besluit jezelf reiki-master, homeopaat of energiewerker te noemen… het is nooit verkeerd jezelf af te vragen: in hoeverre lijkt wat ik doe eigenlijk op het geven van no-touch knockouts?

Waarom zelfs extreem incompetente mensen president kunnen worden?


Misschien vraag je jezelf in een cynische bui wel eens af waarom de wereld bestuurd wordt door schietgrage malloten? Waarom ziet de tv scheel van praatzieke kakelkoppen die niks te zeggen hebben? Hoezo is je baas – die in zijn eentje niet eens koffie kan zetten – ooit op die directeursstoel gekomen? En, erger, waarom nemen je collega’s hem überhaupt serieus?

Het antwoord heeft deels te maken met het Dunning-Kruger-effect, een vorm van zelfoverschatting. We spreken van het Dunning-Kruger-effect wanneer iemand zijn eigen capaciteiten en kennis op een bepaald gebied, in vergelijking met anderen, veel te hoog inschat. Juist door een grote mate van incompetentie kan iemand blind zijn voor hoe incompetent hij eigenlijk is: hij weet eenvoudig niet wat het betekent om (op dat gebied) goed en competent te zijn. En daarom kan hij ongestoord denken dat hij dat zelf is.

Andersom hebben mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn – echt begaafde mensen – al snel de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. Wanneer het vaardigheden betreft die henzelf makkelijk afgaan, kunnen zij ten onrechte denken dat dit bij anderen ook wel zo zal zijn. Het is voor hen niet zo bijzonder.

Heel incompetente mensen schatten zichzelf al snel te hoog in, erg competente mensen schatten juist anderen snel te hoog in. Dit fenomeen werd in 1999 op de wetenschappelijke kaart gezet door de psychologen Dunning en Kruger. Zij lieten zien dat hoe slechter psychologiestudenten op een test scoorden hoe meer zij dachten dat dit niet zo was. Het Dunning-Kruger-effect is daarna door andere onderzoekers op tal van gebieden bevestigd.

Oké, zul je misschien denken, dat snap ik wel, maar hoe kan het dat extreem incompetente mensen soms de absolute top van de sociale ladder bereiken? Zijzelf kunnen denken dat ze fantastisch zijn, maar anderen zien daar toch zo doorheen? Goede vraag. Hoe kan een onbenul als Sarah Palin bijna vice-president van het machtigste land van de wereld worden? Hoe kan een baviaan als Silvio Berlusconi jarenlang de hoogste baas van een heus (democratisch) land zijn geweest?

Zelfoverschatting is een ‘nuttige’ illusie, wánt niet gehinderd door zelftwijfel kan iemand puur op toeval, doorzettingsvermogen en bluf heel erg ver komen. Terwijl jij gepijnigd wordt door faalangst en twijfels of je niet… toch… misschien… morgen… of overmorgen een sollicitatiemailtje moet sturen, heeft de Zelfoverschatter al ergens zijn voet tussen de deur.

Door zijn gevoel van superioriteit is de Zelfoverschatter veel actiever bezig zijn doelen te halen dan anderen. Daarbij krijgt hij al snel het voordeel van de twijfel omdat mensen nou eenmaal geneigd zijn te vertrouwen op mensen die zichzelf vertrouwen. Waar rook is, is vuur en waar zelfvertrouwen is, zijn vast ook vaardigheden die dat zelfvertrouwen rechtvaardigen. De Zelfoverschatter krijgt door dit vooroordeel, ondanks zijn incompetentie, meer dan genoeg kansen aangeboden. En hij zal die uiteraard ten volle benutten en promoten, waardoor hij in de gelegenheid komt waardevolle dingen te leren, een netwerk op te bouwen en zijn cv te pimpen. En hierdoor zwaaien deuren in de toekomst nog makkelijker voor hem open.

Daarnaast hebben Zelfoverschatters vaak simpele oplossingen voor complexe problemen. En daar houden mensen van. Complexiteit doet ‘auw’ in de hersenen. Snelle, haalbare antwoorden, uitgesproken met kracht, verlichten direct de spanning van die onzekerheid. Zelfs als die antwoorden nergens op slaan. ‘Nou, hij zal het wel weten dan.’ Mensen die lang nadenken (over de nuances en alternatieven) weten blijkbaar niet wat er te doen staat. Dit werkt allemaal in het voordeel van de Zelfoverschatter. Hij kan een reputatie opbouwen als iemand met lef, rauwe eerlijkheid en heldere antwoorden. ‘Hij zegt tenminste wat wij stiekem denken.’

Als de Zelfoverschatter op een gegeven moment wat macht of status heeft verworven dan zullen ineens andere mensen iets van hem (en zijn succes) willen. Dat maakt zijn positie nog sterker. Zelfs al is zijn incompetentie voor buitenstaanders nog zo zichtbaar, wanneer de Zelfoverschatter eenmaal wordt omringd door slijmerds die iets van hem nodig hebben, kan hij zijn imperium rustig verder uitbouwen. Op een gegeven moment gaan ook sceptici twijfelen: ‘Misschien heb ik iets over het hoofd gezien en moet ik mijn oordeel bijstellen. Blijkbaar doet-ie toch iets goed.’ En als zelfs de sceptici overstag gaan, kan het hard gaan. Voor je het weet is de Zelfoverschatter directeur, hooggeplaatst politicus of president van een land.

In een maatschappij waar gebakken lucht, marketing en zelfpromotie overgewaardeerd worden, is het voor de gemiddelde Zelfoverschatter goed toeven. Had je dit allemaal geweten, dan had je dat sollicitatiemailtje vast al eerder verstuurd.

Het gevaar van oeroude denkfouten in een nieuwe wereld

Mensen zijn zowel in staat tot verbluffende inzichten en uitvindingen als ongelofelijke waanzin en domheid. Vaak tegelijkertijd. Iemand kan een wiskundig genie zijn en overtuigd zijn dat bruine bonen gevaarlijk en kwaadaardig zijn (Pythagoras). Iemand kan in zijn eentje de zwaartekrachttheorie hebben uitgedacht en ondertussen denken dat het doel van het leven is om goud uit koper te maken (Isaac Newton). Je kunt de hele mensheid hebben verlicht met elektriciteit en ondertussen zelf drie keer angstvallig om elk gebouw heen moeten lopen voordat je er van jezelf naar binnen mag (Nicola Tesla). Niet alleen genieën, alle mensen zijn irrationeel. En als je denkt dat dit niet voor jou geldt, dan… bewijst dit gek genoeg mijn stelling. Ons brein komt standaard met een paar blinde vlekken.

Net als een pauwenveer of haaienvin is ons brein een geëvolueerd orgaan. De werkelijkheid is een complex ding. En ons brein is niet gemaakt om het te begrijpen, ons brein is gemaakt om erin te overleven. Je bent je bewust dat je dit boek leest, maar je hebt geen enkel besef van de elektrochemische activiteit in je brein om dat te kunnen. Het brein is geen instrument dat de werkelijkheid nauwkeurig weergeeft, het is een creatieve invulmachine en creëert onophoudelijk, razendsnel en intuïtief een aannemelijke schets van de situatie waarin we ons bevinden. Dat doet het om ons een actieplan te geven. Het neemt beslissingen en laat ons dingen doen en denken zonder dat wij ons bewust zijn van hoe het daartoe komt. Ons bewustzijn verzint er achteraf een verklaring of verhaal bij én vergeet of negeert dat het dit doet. We denken hierom vaak goede redenen te hebben om ‘iets’ te vinden of te doen, terwijl we in werkelijkheid vaak ‘iets vinden’ of ‘iets doen’ en daar de redenen achteraf bij verzinnen.

Wij zijn daarom standaard uitgerust met een sterk gekleurde en bevooroordeelde waarneming. We zijn bijvoorbeeld zo goed in het herkennen van patronen en verbanden dat we die ook zien wanneer ze er niet zijn. Zoals gezichten in wolken, de tune van je mobiel in willekeurige ruis of een voyeur in de schaduw van je achtertuin. Dat noemen we illusies. Die zijn soms nuttig. Je kunt in de wildernis maar beter ten onrechte denken dat een stuk touw een slang is dan andersom. In de moderne wereld, waarin we minder bang hoeven te zijn voor giftige slangen, zijn de illusies zelf onze grootste vijand.

Je brein is evolutionair zo gebouwd dat het zelfs tegenstrijdige ideeën en gevoelens kan laten samengaan zonder zich daar bewust van te zijn. Dat betekent dat correcte en zinnige ideeën zich onzichtbaar vermengen met slechte en destructieve ideeën. Niemand is alleen maar slecht of gek, en niemand is alleen maar goed of wijs.

De onzichtbare kracht van illusies

Het kenmerkende van sommige illusies is dat ze niet weggaan wanneer we op het onwerkelijke ervan worden gewezen. Bij een visuele illusie zoals hierboven kun je nog tamelijk eenvoudig zien dat het om een illusie gaat. Cognitieve illusies en denkfouten zijn al een stuk lastiger te duiden, omdat ze de werkelijkheid zelf beïnvloeden. Een bekend (en positief) voorbeeld hiervan is natuurlijk de self-fullfilling prophecy. De overtuiging dat iets je zal lukken (ook al bak je er nu niks van) kan maken dat je leven zo inricht dat de verwachte uitkomst inderdaad plaatsvindt. Het is logisch te veronderstellen dat ons brein geëvolueerd is om bepaalde illusies – zoals onze persoonlijke kans om succesvoller en gelukkiger te worden dan anderen – hoog te houden omdat het de kans vergroot dat het gebeurt. De illusie schept de werkelijkheid.

Ook schadelijke stereotypen werken volgens dit principe. Wanneer iemand jou zonder je te kennen wegzet als een irritante kwast dan zal diegene een reactie bij jou uitlokken die met dat beeld bevestigt en voedt. Mensen gedragen ze zich deels naar hun stigma’s. Hierom zijn ‘geestesziektes’ als racisme en seksisme ook zo lastig uit te bannen. En als je toevallig wel aardig reageert dan kan de bevooroordeelde dat zien als geslijm of schijnheiligheid. Vooroordelen laten zich niet zomaar corrigeren. We zijn gehecht aan veel illusies en blinde vlekken omdat ze ons een gevoel van controle en en veiligheid geven. Ze houden ons wereld- en zelfbeeld in tact. En dat hebben we nodig om gemotiveerd te blijven iets van ons leven te maken.

Een aantal typische blinde vlekken waar wij min of meer allemaal door geplaagd worden:

Wij zijn geneigd (precies dezelfde) prestaties van vreemden negatiever te beoordelen dan die van mensen uit de eigen groep. Wij vinden mensen aantrekkelijker als ze ons op de arm tikken of warme thee geven. We geven de voorkeur aan welbespraaktheid boven eerlijkheid, en zelfvertrouwen boven echte deskundigheid. Wij dichten mooie mensen meer positieve eigenschappen dan minder fraaie mensen. Wij schrijven succesjes graag aan onszelf toe en ons falen aan iets of iemand anders. We denken bovendien dat al die genoemde blinde vlekken meer voor anderen gelden dan voor onszelf. En ga zo maar door.

Mensen die deze illusies niet of minder hebben zijn vaak realistischer, maar helaas ook vaker depressiever en minder succesvol. De bekende bioloog Robert Trivers ontdekte dat mensen die zichzelf beter voor de gek kunnen houden een evolutionair voordeel hebben, omdat ze ook anderen beter voor de gek kunnen houden. Iemand die zijn eigen praatjes geloofd is gewoon veel krachtiger dan iemand die dat iet doet. Hierom kunnen zelfoverschatters soms de absolute top bereiken zonder dat ze daadwerkelijk de vaardigheden bezitten die dat succes rechtvaardigen. Vooral op beleids- en managementfuncties vind je niet altijd wijze, capabele mensen, maar vaak genoeg mensen die zichzelf overschatten en simpele antwoorden op complexe vragen hebben. De beste stuurlui staan helaas vaak écht aan wal. Vaak onherkenbaar tussen die drollen die inderdaad ten onrechte denken dat zij het beter kunnen.

De schaduwkant van het koesteren van illusies
In de moderne wereld kunnen blinde vlekken (zoals zelfoverschatting) extreem gevaarlijk zijn. Dat komt omdat geprivilegieerde groepjes en gestoorde enkelingen onevenredig veel macht kunnen hebben en in toenemende mate kunnen beschikken over technologie of middelen die onnoemelijk veel schade kunnen doen). Religieuze fanaten met iets teveel atoomwapens? Een klein groepje optimistische adrenaline-verslaafde bankiers die de koers van onze economie mogen bepalen? Oliemagnaten en politici die ecologische en duurzame oplossingen van het energieprobleem tegenhouden uit angst geld en macht te verliezen? In zo’n wereld leven we. Ons levenslot ligt in handen van mensen die – net als wij – last hebben van reusachtige blinde vlekken. En net als wij hebben ze veel redenen om die niet te willen zien. Het probleem is dat sommige van deze mensen onevenredig veel macht hebben. Een statistisch weetje als deze is doodeng: de 85 rijkste mensen van deze wereld bezitten net zoveel als de armste helft van de totale wereldbevolking. Deze rijke mensen denken – zelfs als zij hun fortuin door toeval hebben vergaard – dat zij het terecht verdiend hebben. Hierdoor zullen zij hun welvaart minder snel willen delen.

Voor het individu zijn blinde vlekken vaak troostend – nogmaals, ze houden zijn zelfbeeld en illusies in tact – op grote schaal brengen ze ons tegenwoordig in grote problemen. We (h)erkennen echte problemen niet en/of komen met valse, zalvende oplossingen die niks uithalen of de situatie erger maken.

Overal ter wereld doen mensen nog steeds aan bidden, positief denken of religieuze rituelen om natuurrampen of persoonlijke ongelukken te bezweren. Tevergeefs natuurlijk. Bij andere problemen doen we dat ook. Vaak worden er (relatief) onschuldige zondebokken geofferd of worden er complottheorieën bedacht die de problemen tot een belachelijke karikatuur maken. De rijke multinationals hebben het gedaan. Of de ongelovigen. De Joden. De Amerikanen. Satan. De conservatieven. De Bilderbergers. De Illuminati. Enzovoorts. De echte problemen zijn bijna zonder uitzondering complexer en willekeuriger dan we überhaupt kunnen bevroeden.

Net zoals het weer van vandaag niet alleen de schuld is van de weerman of een lagedrukgebied in de Oceaan zo zijn de wereldproblemen niet te herleiden tot een paar simpele oorzaken (of genegeerde oplossingen). Alle elementen in het systeem dragen eraan bij. Ook onze systeemblindheid. Onze hersenen verlangen naar simpele verklaringen, duidelijke oplossingen en herkenbare zondebokken. Die bestaan vaak niet.

Je kunt bijvoorbeeld de bankiers de schuld geven, maar wie heeft die narcistische eikels aan het roer van de economie gezet? En je kunt de mensen die de bankiers hebben geholpen aan hun privileges van alles verwijten, maar wat wisten zij nou? De kans is groot dat jij of een ander hetzelfde zou beslissen als ie op die positie zat. En bovendien zij zijn waarschijnlijk ook door toevallige samenloop van omstandigheden op hun plek gekomen. En dat geldt voor ons allemaal. We leven in een grote kansloterij. Wij hebben maar beperkte controle over ons levenslot (al kun je denken van wel), het ‘systeem’ heeft ons toevallig op de plek gezet waar we nu zijn.

En vanaf die plek zien wij hoe alles uiteindelijk blijft zoals het was. We zien steeds opnieuw hoe machthebbers er alles aan doen hun privileges te behouden. En dat kunnen ze, want… ze hebben die macht nou eenmaal. We zien hoe huidige destructieve systemen (zoals het huidige bankstelsel) zichzelf in stand te houden ten koste van een noodzakelijke, maar onvoorspelbare en daardoor bedreigende ommekeer. We zien steeds weer hoe nieuwe oplossingen, ook weer tot nieuwe problemen leiden. We zien hoe de geschiedenis zichzelf weer herhaalt: oude en faliekant mislukte oplossingen worden naar verloop van tijd opnieuw als oplossing (meestal in een nieuw jasje) aangedragen. We zien hoe mensen in onzekere tijden weer naar nieuwe en oude zondebokken zoeken en teruggrijpen op bijgeloof en dode religies.

Ondertussen heeft de mensheid een instrument ontwikkeld om zich te wapenen tegen zijn eigen vooroordelen en blinde vlekken. Wetenschap. Dat moeilijke gedoe van wetenschappers met controlegroepen, dubbelblind onderzoek, statistische analyses, collegiale toetsing, reproduceerbaarheid, falsifieerbaarheid en discussies over mogelijke interpretaties van de resultaten is geen interessantdoenerij. Al deze beperkingen en regels zijn noodzakelijk opdat wetenschappers zichzelf niet voor de gek houden en zorgen dat ze echt vooruitgang kunnen boeken. Natuurlijk, wetenschappers zijn mensen en ook hun vooroordelen en belangen sluipen regelmatig hun onderszoeksresultaten in, maar het spelletje is zo ontworpen dat de resultaten vroeg of laat gezuiverd worden. Wetenschappers, in tegenstelling tot (veel) gelovigen, complotdenkers en politici, proberen hun eigen conclusies omver te werpen voor een ander het voor ze doet. Dat doen ze door alternatieve verklaringen te testen. Als de resultaten blijven staan, dan kunnen we voorlopig aannemen dat ze kloppen. Als je goede wetenschappers al iets kunt verwijten dan is dat eerder voorzichtigheid dan zelfoverschatting. Door die eigenschap blijven ze vaak liever op de achtergrond (niet te verwarren verwarren met ‘in de ivoren toren’.

Toch worden de verdiensten van de wetenschap door veel mensen met onnodig veel argwaan bekeken. De wetenschap wordt door sommigen zelfs als een gevaarlijk complot gezien. Eentje dat samenspant met multinationals en autoriteiten. Zonder uitzondering hebben deze mensen zich niet of te weinig in de bezigheden van wetenschappers verdiept. Met wetenschap bedoel ik goed uitgevoerd, niet-gesponsord onderzoek. Wetenschap is geen instituut, maar simpelweg een doorlopend proces van correctie, verbetering en verduidelijking. Veel mensen verwarren wetenschap met bepaalde intsituten zoals Big Pharma, het voedingscentrum en zelfs de mainstream media of de regering. Nee, dat zijn hoogstens instituten die de voorlopige conclusies van wetenschappers al dan niet op een representatieve of gerechtvaardigde manier vertolken.

As het gaat om de complexe problemen (milieu, overbevolking, economie, vergrijzing, energie, religie) waar de wereld nu mee te maken heeft, ik weet niet waar dé oplossingen vandaag komen – als ze er al zijn – maar ik verwacht ze niet van onze politieke leiders. Politici zijn nader beschouwd niet veel meer dan marionetten, strakgetrokken tussen partij en stemmers. Zelfs als ze echte verandering (een verandering van het systeem zelf) willen dan zijn ze gedwongen volgens de regels te spelen die de status quo van het systeem juist in stand houdt. Ik verwacht ze niet van het ‘vrije’ individu want die kan in zijn eentje niks, behalve misschien wat dreigende berichten posten op Facebook. Ik verwacht ze niet van de maatschappij zelf, vanwege bovengenoemde blinde vlekken en de media die deze trage massa informeert.

Als er al oplossingen zijn dan verwacht ik ze eerder uit wetenschappelijke hoek. Maar ik sluit zeker niet uit dat diezelfde wetenschappelijke en technologische ontdekkingen die de mensheid kunnen redden haar net zo hard weer kunnen vernietigen. Wetenschappers blijven mensen. En hun vrienden, bazen en kennissen ook.

Ik wilde dit artikel afsluiten met een boodschap van hoop, maar kon er geen bedenken. Aan pessimisme alleen hebben we niet veel. Ik kan er momenteel geen bedenken, maar een van favoriete auteurs, een bekende neurowetenschapper en scepticus, interviewde onlangs een wetenschapsjournalist over de bestseller die hij met een collega schreef: Abundance: The Future Is Better Than You Think.. Het boek voorspelt op basis van een paar heel aannemelijke voorwaarden een betere toekomst dan de gemiddelde nieuwslezer zich kan voorstellen. Ik heb het boek inmiddels besteld.

Update 08-03-2015. Ik heb het gelezen, en jep, ik ben een stuk optimistischer. De tijd zal leren of dit meer dan wensdenken is.