Gelijk krijgen voor beginners: ken uw drogredenen

Ons dagelijks leven ziet scheel van misverstanden, meningsverschillen en onenigheden. Om tot elkaar te komen proberen we elkaar (en onszelf) te overtuigen met goede argumenten. Iets waar we over het algemeen vrij slecht in blijken te zijn. Mensen denken vaak dat ze goede redenen hebben om ‘iets’ te vinden terwijl ze in werkelijkheid ‘iets vinden’ en daar de redenen bij bedenken. Je kunt je hersenen daar de schuld van geven.

Als je er een beetje oog voor krijgt, zie je hoe mensen zich verlaten op drogredenen om hun gelijk te halen.

Heb jij ook graag het grote gelijk aan je kant? Hieronder een kleine rondleiding in de wereld van schijnargumenten. Gebruik die kennis naar eer en geweten.

Goede versus slechte argumenten
Alle redeneringen en argumenten hebben dezelfde structuur: A leidt tot B. Eerst is er een veronderstelling of feit waaruit het argument volgt, dan volgt er een logisch principe om tot de conclusie te komen. Een goed argument heeft drie kenmerken:

1. Je conclusie komt logisch voort uit je veronderstellingen.
2. Je punt is relevant voor het onderwerp.
3. Je conclusie klopt met de werkelijkheid.

Bijvoorbeeld: Jan is een man. Alle mannen zijn mensen. Dus, Jan is een mens.

Een drogreden is een schijnredenering, waardoor er een ongeldige conclusie wordt getrokken. Bijvoorbeeld: Jan is een drol. Een drol is een uitwerpsel. Jan is een uitwerpsel. Ergens gaat er in de veronderstellingen die naar de conclusie leiden iets fout. In dit geval is dat omdat het woord ‘drol’ verschillende betekenissen heeft: Jan is in zekere zin een uitwerpsel van zijn moeder, en hij is misschien een sukkel, maar hij is geen ontlasting. We kunnen ook opmerken dat wanneer de logica wel klopt, maar de veronderstellingen niet, dat de getrokken conclusie ongeldig is. Toch kan in die gevallen de conclusie toevallig wel waar zijn.

De meest voorkomende drogredenen zijn:

Conclusie volgt niet uit premissen (non sequitur)
De meeste drogredenen zijn een subtype van de non sequitur. Dit is een drogreden waarbij de spreker een mening of conclusie formuleert die niet uit de argumenten of premissen volgt. Voorbeeld: “Bij een kwart van de dodelijke ongevallen had de bestuurder alcohol gedronken, bij driekwart van de dodelijke ongevallen had de bestuurder koffie gedronken. Het is dus veiliger als de bestuurder alcohol drinkt in plaats van koffie.” Deze conclusie klopt niet. Deze getallen worden onjuist met elkaar vergeleken. Je kunt allereerst verwachten dat er in totaal veel meer koffie drinkende bestuurders dan alcohol drinkende bestuurders onderweg zijn. Logisch dus dat er meer koffiedrinkers botsen. Om de gecursiveerde conclusie te kunnen trekken moet je de verongelukte koffiedrinkers met alle koffiedrinkers die niet verongelukken vergelijken en verongelukte alcoholdrinkers met niet-verongelukte drinkers vergelijken. Dan zou je vast dat mensen die alcohol hebben gedronken statistisch gezien meer kans hebben te verongelukken dan koffiedrinkers.

Onterechte oorzaak-gevolgrelatie (post hoc ergo propter hoc)
“Vorige keer dat ik naar die ene sauna ging, werd ik ziek. Je moet daar niet naartoe gaan: het is daar onhygiënisch.” Als twee dingen na elkaar of gelijktijdig optreden betekent dat niet ze verband houden. De spreker gaat ervan uit dat het aan de sauna ligt dat hij ziek werd en sluit daarmee alle andere oorzaken uit. Zoals een sluimerend virus, voedselvergiftiging, een lang weekend doorhalen.

Valse vergelijking
Ten onrechte veronderstellen dat de ene situatie vergelijkbaar is met de andere. Bijvoorbeeld: “Geschiedenis is een nutteloos vak. Het verleden moet je laten rusten. Een versleten paar schoenen gooi je immers toch ook in de prullenbak?” Oude schoenen vergelijken met geschiedenisles is een valse vergelijking.

Een (vooral bij internetters) bekende valse vergelijking is de Godwin, waarbij een (vaak gematigde) politieke uitspraak wordt vergeleken met de nazicultuur. “Dus jij vindt dat we de Nederlandse cultuur beter zouden moeten beschermen? Weet je wie dat ook zei over de Duitse cultuur?”

Vals dilemma (zwart-wit-denken)
De ander wordt een vals dilemma opgedrongen door te doen alsof er maar twee keuzes zijn terwijl er meer zijn. Voorbeeld: “Of je laat zien dat je een vriend bent door me nu te helpen, anders betekent dit dat je nooit een echte vriend bent geweest.” Je kunt best een vriend zijn en een verzoek van jouw vriend onredelijk of ongewenst vinden. Ander voorbeeld: “Of je hebt gelijk en ze mag me gewoon niet of ik heb gelijk en ze is gewoon een beetje verlegen. Misschien hebben jullie allebei gelijk, of allebei niet.

Argument van de onwetendheid
Omdat er (nog) geen goede verklaring voor een bepaald fenomeen is of jijzelf weet gewoon hoe het zit kun je ten onrechte veronderstellen dat jouw verklaring klopt. “Ik heb hem nooit met een vrouw gezien. Hij is gewoon homo.” Of: “Wij zijn te nietig om te begrijpen hoe het heelal is ontstaan, dus er bestaat een God die het heeft gecreëerd.” Die laatste drogreden wordt ook wel het ‘God van de gaten’-agument genoemd.

Ontduiken van de bewijslast
Het ten onrechte presenteren van een standpunt als iets dat geen verdediging behoeft omdat het zogenaamd vanzelfsprekend is. “Iedereen die er langer dan een jaar gewoond heeft, weet dat Spanjaarden heetgebakerder zijn dan Hollanders.” Je onderbouwt je mening niet met argumenten waardoor de ander op het verkeerde spoor wordt gezet. Dit soort argumenten beginnen vaak met iets als “Je moet wel heel dom zijn om niet te weten dat…” Je moet dan stevig in je schoenen staan om daar iets tegen in te brengen. Een goede tegenvraag is: “Dat is iets te makkelijk: wat zijn volgens jou de redenen die aantonen dat Spanjaarden heetgebakerder zijn?”

Een subset van deze drogreden is de nodeloze herhaling of het stokpaardje: “Zoals ik al vaker en uitvoerig heb aangetoond: melk is niet goed voor je gezondheid. Nu wil ik een stap verder gaan en uitleggen… “ Op die manier wordt impliciet gezegd dat het eerst genoemde punt nu niet voor discussie vatbaar is: je moet het maar aannemen.

Definitieverwarring en spelen met woorden
Zowel ervaren en minder ervaren debatteerders spelen constant met woorden. Veel begrippen hebben geen scherp afgebakende betekenis waardoor sprekers er een eigen unieke invulling aan geven. Dit noemen we containerbegrippen. Hoe vager of elastischer het begrip hoe meer betekenissen je eraan kunt geven. Neem het woord God: die wordt door verschillende mensen ook wel genoemd: Jahweh, mysterie, liefde, Moeder Natuur, het kwantumveld, het heelal, Allah, energie enzovoorts. Dat maakt discussies over het onderwerp behoorlijk glibberig. Vaag taalgebruik kan maken dat mensen langs elkaar heen praten: “Jij creeërt constant verwarring op de werkvloer. Dat leidt tot een lagere productie, daarom wil ik je op een andere afdeling hebben.” Tegenvragen: “Wat bedoel je precies met verwarring? En lagere productiviteit? Kunnen we het niet op een andere manier oplossen, ik werk graag op mijn huidige afdeling?”

Beroep op traditie
Een mening of standpunt wordt verdedigd met het argument dat het altijd al zo was. Mensen die alternatieve geneeswijzen promoten gebruiken vaak dit argument. Ze zeggen bijvoorbeeld: “Handoplegging wordt al duizenden jaren door oude culturen gebruikt tegen allerlei ziekten, dat gebeurt niet voor niks. Het werkt.” Deze argumentatie klopt natuurlijk niet. Zelfs als de conclusie toevallig wel zou kloppen. Dat iets duizenden jaren wordt toegepast betekent vaak niet zoveel: regendansjes, bloedzuigers, rituele slachtingen, exorcismes zijn door de meeste mensen inmiddels terecht naar de categorie ‘onzinnig’ verwezen.

Andersom kun je natuurlijk ook een beroep op moderniteit doen. “Sjonge, we leven toch niet meer in de jaren 20. Je kunt toch wel iets van deze tijd aantrekken?” Ook dat is een non-argument.

Beroep op populariteit
De waarheid is geen kwestie van neuzen tellen. Hoeveel (percentages van) medestanders je ook aanvoert in je argumenten, het maakt je stelling niet meer waar. In Amerika gelooft een meerderheid in een (bijbelse) God. Veel gelovigen gebruiken hierom het volgende als argument: “De meeste Amerikanen geloven in God, noem je al deze mensen dom en onwetend? Of betekent dit misschien dat er een God is die jij hardnekkig probeert te ontkennen?” Je kunt als (onzinnig) tegenargument noemen: “In West-Europa is de meerderheid atheïstisch. Zijn deze mensen dan wel achterlijk?”

Beroep op autoriteit
Bij een autoriteitsdrogreden wordt ten onrechte een beroep gedaan op autoriteit zonder uit te leggen waarom die autoriteit het bij het rechte eind heeft. Bij discussies op de werkvloer zie je dit argument vaak terug: “Waarom ik vind dat we moeten reorganiseren? Omdat ik hier al vijftien jaar werk. Ik weet waar ik het over heb.” Het feit dat iemand ergens lang werkt of een hogere titel of status heeft, wil verder helemaal niet zeggen dat diens mening meer waard is dan de jouwe. De discussie wordt nu afgedaan met een onterecht argument.

Beroep op emotie
Deze drogredenen komen vaak neer op emotionele chantage, of zelfs regelrechte bedreiging. Zelfs als de tegenstander de truc door heeft is het lastig om er niet door van slag te raken. Ze gaan vaak zo: “Prima als je dat vindt, maar als ik ooit in de positie kom dat ik jou een keer kan steunen weet ik niet wat ik doe.” Of: “Ongelofelijk zeg, hoe kun je nu kritiek op mijn werk hebben, terwijl je weet hoe zwaar ik het thuis heb.” Ook vleierij maakt het de ander moeilijk om kritischer te zijn: “Zo’n mooie, slimme vrouw als jij snapt toch wel dat een man als ik niet altijd objectief kan zijn?”

Cirkelredenering
Bij een cirkelredenering gebruik je je standpunt als argument. Je herhaalt je standpunt in andere woorden. Voorbeelden: “Ik vind die gast een oneerlijke lul, omdat ik weinig redenen heb om hem te vertrouwen.” Of: “God bestaat omdat het in de bijbel staat. En de bijbel dat is het woord van God.” Nog eentje: “Als ik alle kritiek op haar lees, dan kan ik alleen maar concluderen dat zij de zaak niet goed heeft aangepakt.”

Het verschuiven van de bewijslast
Als je zelf weinig goede argumenten om jouw zaak hard te maken kun je ten onrechte beweren dat het de taak van de ander is om het (tegendeel) te bewijzen. Ook dit argument zie je veel in discussies over het paranormale of God. “Ik weet gewoon dat God bestaat. Bewijs jij maar eens dat God niet bestaat?” Dit is natuurlijk geen argument. Als jij beweert dat er een Grote Onzichtbare Gnoom in jouw achtertuin woont dan is het aan jou om dat te demonstreren, niet aan de ander. Niemand hoeft zomaar iets van je aan te nemen omdat een ander niet het tegendeel kan bewijzen. Hitchens tegenargument: “Dat wat zonder bewijs wordt beweerd, kan zonder bewijs worden genegeerd.”

Overhaaste generalisatie
Het afleiden van een algemene uitspraak uit een te klein aantal gegevens. Bijvoorbeeld: “Twee keer met Transavia gevlogen, elke keer meer dan een uur vertraging. Vlieg nooit met Transavia!” Discriminatie werkt ook volgens deze drogredenering. Dat gaat ongeveer zo: “Ik ben twee keer beroofd in Afrika. Afrikanen zijn niet te vertrouwen.” Tegenargument: “Dat kan toeval zijn, heb je objectieve statistieken die dat aantonen?”

De stroman of vogelverschrikker
Het toeschrijven van een standpunt aan de tegenstander die hij niet heeft. Dat doe je door het standpunt uit zijn context te halen, te simplificeren of te overdrijven. In alle gevallen wordt een standpunt gecreëerd dat gemakkelijker aangevallen kan worden, een karikatuur. Een arts die pleit voor een betere regulering van euthanasie om mensen uit hun lijden te verlossen, kan door een tegenstander worden uitgemaakt voor moordenaar: “Een arts die mensen stimuleert er een einde aan te maken is geen arts maar een moordenaar. Wat voor woord je er ook voor gebruikt: euthanasie is moord. Het leven is heilig. “ Deze redenering is een stroman, een karikatuur van wat de arts bedoelt. De stroman is mogelijk de meest gebruikte debatteertruc van allen. Een actuele stroman is wanneer alle kritiek op moslims in de multiculturele samenleving wordt afgedaan als islamofobie of rechts populisme. Dit staat een eerlijke discussie in de weg.

Het hellend vlak
Dit valse argument veronderstelt dat een bepaald standpunt onherroepelijk zal leiden tot heel schadelijke gevolgen. Voorbeeld: “Door softdrugs te legaliseren, maak je het mensen heel gemakkelijk om ook aan de heroïne te gaan.” Dit is een drogreden wanneer er geen bewijzen voor zijn. Een argument dat vaak gebruikt wordt door (religieuze) activisten die tegen het homohuwelijk zijn: “Als we het homohuwelijk toestaan, dan kunnen we we net zo goed mensen en dieren laten trouwen.”

Op de man spelen (ad hominem)
Het persoonlijk aanvallen van de tegenstander in persoon in plaats van het standpunt dat hij verdedigt. Voorbeeld: “Hoe kun je mij nou kwalijk nemen dat ik lieg. Jij hebt zo vaak gelogen in je leven.” Of: “Hoe kan ik iemand zonder diploma serieus nemen over onze bedrijfsvoering? Haal eerst maar eens je papieren.” Beide persoonlijke aanvallen zijn niet relevant voor de echte issues. Ook zonder diploma kun je goede argumenten hebben, en dat jij vroeger ooit gelogen hebt, betekent niet dat je haar dáár nu niet op kunt aanspreken.

Irrelevante bijzaak tot hoofdzaak maken
Jij vraagt aan een collega of ze jou kan steunen met een project dat jou boven de pet gaat. Haar antwoord: “Ik dacht dat jij juist zo veel waarde hechtte aan onafhankelijkheid en alles zelf wilde oplossen?” Zelfs als zou je ooit zoiets gezegd hebben, haar antwoord is niet relevant voor de vraag die je haar nu stelt. Een ander voorbeeld: “Hoezo ben je niet blij met onze samenwerking? Je hebt er zelf voor gekozen om met mij te werken? Dat is jouw eigen schuld.” Dat jij ooit jullie samenwerking hebt geïnitieerd betekent niet dat jij daar nu geen kritiek op mag hebben.

Oneerlijk beschuldigen van het gebruik van drogredenen
Zoals je misschien al opgemerkt hebt, zijn drogredenen lastig onder te verdelen. Het vereist een heldere geest om ze goed uit te elkaar te halen. De meeste drogredenen hebben bovendien overlap met elkaar. De uitspraak “Jouw kritiek op mij laat alleen maar zien hoe kleinzielig en seksistisch je bent” kan je zien als een persoonlijke aanval, een non sequitur en een beroep op emotie. Ervaren publieke debatteerders en politici met kennis van drogredenen bestempelen de uitspraken van hun tegenstander te pas en te onpas tot drogreden om hen onderuit te halen en het publiek te beïnvloeden. Een relatief valide vergelijking wordt meteen tot valse vergelijking gebombardeerd. Het aanhalen van relevante werkervaring wordt als onterecht beroep op autoriteit gezien. Het eerlijk aankaarten van problemen binnen een bevolkingsgroep wordt van de hand gedaan als discriminatie (overhaaste generalisatie). Goed statistisch onderzoek kan bij dit soort discussies een eerlijke leidraad zijn. Cijfers liegen niet (als ze tenminste statistisch verantwoord zijn verzameld).

Waarom gebruiken mensen drogredenen?
Meestal omdat ze willen dat iets waar is of anderen willen laten denken dat het waar is. Hierin laten zich de verschillen tussen geloof en wetenschap goed zien. Wetenschap is intrinsiek ontworpen als tegengif voor wensdenken, drogredenen en vooroordelen. Als er (nog) geen antwoorden voorhanden dan stelt wetenschap harde conclusies uit. Geloof daarentegen is gemaakt om (ondanks de feiten of een gebrek aan bewijs) zichzelf in stand te houden. Drogredenen zijn daarvoor essentieel.

De kracht van no-touch knockouts en andere illusies

Yanagi Ryuken is een Japanse aikido-grootmeester, wereldberoemd om zijn ‘no-touch knockout’. Met een speciale meditatietechniek bouwt hij volgens eigen zeggen in luttele seconden zoveel ‘chi’-kracht op dat hij zijn tegenstanders vloert zonder ze met één vinger aan te raken. Er circuleren tal van Youtube-videos als bewijs van zijn occulte vaardigheden. Je ziet daarin een onoverwinnelijk ogende Yanagi met slechts wat ludieke handgebaren een eindeloze stroom aanvallers vloeren.

In een dappere poging om zijn mysterieuze krachten aan de wereld kenbaar te maken besloot de sensei een officiële match aan te gaan met een lokale karatekampioen. Geen bijzondere jongen verder, maar wel krachtig genoeg om jou en mij waarschijnlijk de oren te wassen. De grote vraag was: zouden de magische wegwuifgebaren van de sensei ook werken bij iemand die niet zijn discipel was en niet in zijn speciale gave geloofde?

De Youtube-video van deze gebeurtenis circuleert inmiddels ook op internet. Het doet pijn ernaar te kijken. De jongere tegenstander, duidelijk niet onder de indruk van de hocus pocus, geeft de grootmeester klap na klap net zolang hij zich gewonnen geeft. Terwijl de oude meester zijn inmiddels bloedende hoofd met de ene hand beschermt, maakt hij met de andere hand inmiddels wegwuifgebaren die er heel anders uitzien. Zo ziet échte zelfbescherming eruit. ‘Stop’, gebaart de oude meester. De scheidsrechter staakt de strijd en de winnende karateka stopt meteen met slaan. Game over.

Yanagi en zijn studenten laten een knap staaltje collectieve zelfmisleiding zien. Zelfs met iets zo concreet als een vechtsport kun je blijkbaar wereldberoemd worden, allemaal studenten en bewonderaars om je heen verzamelen zonder te doorzien dat jouw hele cultus gebaseerd is op een niet-bestaande vaardigheid. De waarheid is soms keihard. Yanagi deed níet wat hij decennialang dacht wél te doen. Zijn no-touch knockout bestaat niet.

Het is misschien lastig te zien hoe Yanagi en zijn studenten langzaam in deze collectieve waan zijn gekomen, maar hypnotiseurs snappen best hoe dat kan. Zelfs nuchtere, aardse types kun je voor de gek houden als er genoeg sociale druk en schijnbaar goede redenen voor zijn. Als je als vechtsporter links en rechts goede vechtsporters ziet neergaan door een onzichtbare kracht dan wordt die verwachting gewekt dat je zelf ook zult neergaan als de grootmeester zijn onzichtbare wapen tegen jou inzet. Mocht je aanvankelijk nog twijfelen, en slechts uit sociale ongemakkelijkheid neergaan … je brein begint jouw eigen gedrag op een gegeven moment te geloven. ‘Ik doe het, dus het zal wel waar zijn.’ Dat is ook waarom het faken van zelfvertrouwen of een glimlach werkt. ‘Ik lach, dus ik zal wel vrolijk zijn.’ Je doet iets, en je brein produceert er de bijbehorende gevoelens en gedachten bij.

Wij zijn allemaal Meesters in Zelfmisleiding. De meeste van onze illusies worden alleen niet zo hardhandig door de werkelijkheid bestraft als in het geval van Yanagi. Op die manier kunnen ze langer standhouden. Vooral de magische wereld van de alternatieve therapie en new age tieren is een museum van denkfouten, drogredenen en blinde vlekken. Als je met zo iets concreets als een vechtsport jezelf en anderen voor de gek kunt houden, hoe zit het dan met glibberige vaardigheden – pak ‘m beet – handoplegging, helderziendheid en kristallengenezing? En – stel dat deze vaardigheden – inderdaad gebaseerd zijn op wensdenken, hoe kan het dat juist hoogopgeleide mensen er vaak in geloven?

Wat deze mensen meestal niet weten is dat de kracht van het alternatieve niet schuilt in de intrinsieke waarde van de therapie zelf, maar in de eigen geest. Het zijn denkfouten, drogredenen en een gebrek aan inzicht in de wetenschappelijke methode die laat denken dat het aan de alternatieve behandeling ligt. Je eigen brein is interessanter dan veel van die malle theorieën en behandelingen, want dat is de waar de echte magie plaatsvindt.

Ik wil je niet uit jouw specifieke geloofsels praten. Maar voordat je besluit jezelf reiki-master, homeopaat of energiewerker te noemen… het is nooit verkeerd jezelf af te vragen: in hoeverre lijkt wat ik doe eigenlijk op het geven van no-touch knockouts?

Waarom zelfs extreem incompetente mensen president kunnen worden?


Misschien vraag je jezelf in een cynische bui wel eens af waarom de wereld bestuurd wordt door schietgrage malloten? Waarom ziet de tv scheel van praatzieke kakelkoppen die niks te zeggen hebben? Hoezo is je baas – die in zijn eentje niet eens koffie kan zetten – ooit op die directeursstoel gekomen? En, erger, waarom nemen je collega’s hem überhaupt serieus?

Het antwoord heeft deels te maken met het Dunning-Kruger-effect, een vorm van zelfoverschatting. We spreken van het Dunning-Kruger-effect wanneer iemand zijn eigen capaciteiten en kennis op een bepaald gebied, in vergelijking met anderen, veel te hoog inschat. Juist door een grote mate van incompetentie kan iemand blind zijn voor hoe incompetent hij eigenlijk is: hij weet eenvoudig niet wat het betekent om (op dat gebied) goed en competent te zijn. En daarom kan hij ongestoord denken dat hij dat zelf is.

Andersom hebben mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn – echt begaafde mensen – al snel de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. Wanneer het vaardigheden betreft die henzelf makkelijk afgaan, kunnen zij ten onrechte denken dat dit bij anderen ook wel zo zal zijn. Het is voor hen niet zo bijzonder.

Heel incompetente mensen schatten zichzelf al snel te hoog in, erg competente mensen schatten juist anderen snel te hoog in. Dit fenomeen werd in 1999 op de wetenschappelijke kaart gezet door de psychologen Dunning en Kruger. Zij lieten zien dat hoe slechter psychologiestudenten op een test scoorden hoe meer zij dachten dat dit niet zo was. Het Dunning-Kruger-effect is daarna door andere onderzoekers op tal van gebieden bevestigd.

Oké, zul je misschien denken, dat snap ik wel, maar hoe kan het dat extreem incompetente mensen soms de absolute top van de sociale ladder bereiken? Zijzelf kunnen denken dat ze fantastisch zijn, maar anderen zien daar toch zo doorheen? Goede vraag. Hoe kan een onbenul als Sarah Palin bijna vice-president van het machtigste land van de wereld worden? Hoe kan een baviaan als Silvio Berlusconi jarenlang de hoogste baas van een heus (democratisch) land zijn geweest?

Zelfoverschatting is een ‘nuttige’ illusie, wánt niet gehinderd door zelftwijfel kan iemand puur op toeval, doorzettingsvermogen en bluf heel erg ver komen. Terwijl jij gepijnigd wordt door faalangst en twijfels of je niet… toch… misschien… morgen… of overmorgen een sollicitatiemailtje moet sturen, heeft de Zelfoverschatter al ergens zijn voet tussen de deur.

Door zijn gevoel van superioriteit is de Zelfoverschatter veel actiever bezig zijn doelen te halen dan anderen. Daarbij krijgt hij al snel het voordeel van de twijfel omdat mensen nou eenmaal geneigd zijn te vertrouwen op mensen die zichzelf vertrouwen. Waar rook is, is vuur en waar zelfvertrouwen is, zijn vast ook vaardigheden die dat zelfvertrouwen rechtvaardigen. De Zelfoverschatter krijgt door dit vooroordeel, ondanks zijn incompetentie, meer dan genoeg kansen aangeboden. En hij zal die uiteraard ten volle benutten en promoten, waardoor hij in de gelegenheid komt waardevolle dingen te leren, een netwerk op te bouwen en zijn cv te pimpen. En hierdoor zwaaien deuren in de toekomst nog makkelijker voor hem open.

Daarnaast hebben Zelfoverschatters vaak simpele oplossingen voor complexe problemen. En daar houden mensen van. Complexiteit doet ‘auw’ in de hersenen. Snelle, haalbare antwoorden, uitgesproken met kracht, verlichten direct de spanning van die onzekerheid. Zelfs als die antwoorden nergens op slaan. ‘Nou, hij zal het wel weten dan.’ Mensen die lang nadenken (over de nuances en alternatieven) weten blijkbaar niet wat er te doen staat. Dit werkt allemaal in het voordeel van de Zelfoverschatter. Hij kan een reputatie opbouwen als iemand met lef, rauwe eerlijkheid en heldere antwoorden. ‘Hij zegt tenminste wat wij stiekem denken.’

Als de Zelfoverschatter op een gegeven moment wat macht of status heeft verworven dan zullen ineens andere mensen iets van hem (en zijn succes) willen. Dat maakt zijn positie nog sterker. Zelfs al is zijn incompetentie voor buitenstaanders nog zo zichtbaar, wanneer de Zelfoverschatter eenmaal wordt omringd door slijmerds die iets van hem nodig hebben, kan hij zijn imperium rustig verder uitbouwen. Op een gegeven moment gaan ook sceptici twijfelen: ‘Misschien heb ik iets over het hoofd gezien en moet ik mijn oordeel bijstellen. Blijkbaar doet-ie toch iets goed.’ En als zelfs de sceptici overstag gaan, kan het hard gaan. Voor je het weet is de Zelfoverschatter directeur, hooggeplaatst politicus of president van een land.

In een maatschappij waar gebakken lucht, marketing en zelfpromotie overgewaardeerd worden, is het voor de gemiddelde Zelfoverschatter goed toeven. Had je dit allemaal geweten, dan had je dat sollicitatiemailtje vast al eerder verstuurd.